De herfst die de straten bezingt,
raakt de toppen van de bladeren,
ze verbleken en liggen op de grond,
tot ze kracht krijgen van de wind.
Zij speelt een nieuw lied en zie
haar,hoe ze tussen huizen klinkt
en mensen harten die haar proberen te vangen.
Geuren die vergeten waren, kleuren de straat,
maken de herfst tot wat zij wilde zijn
maar niemand kijkt, te druk
met het verlangen naar de zomer
of iets anders,handen voelen het
wegslippen en dat is het ergst.
Kleurloos als de lucht nu is,
vurig brandt de wereld, op zoek naar vrede,
dat ook dit jaargetijde meesleept in
grootse dromen en mislukkingen
die s`nachts worden gehuild.
Het waaien van een koude wind
klinkt als zuchten en emoties
ontstaan alsof zij mensen waren.
De zon breekt in een moeilijke strijd,
probeert haar schildersdoek te redden
maar alles wat haar achterblijft zijn herinneringen.
En zij zullen blijven maar niets raken in de maanden van kou.
En als de wereld rouwt om haar schoonheid,
rest de herfst niets anders
dan haar evenaren en
ze levert elke dag geurige verhalen en
omarmt mijn gebroken hart met een glimlach.
Het muziekspel bespeelt mijn wangen,
ik ben niet bang er middenin te staan.
Kleuren geven hoop die ik verloren was,
liggen op straat in een nieuwe herfstzon.
Dat de bloemen de juiste tonen weten
maakt het orkest mooier en het
breekt mij van binnen, ik ken het,
het schrikt mij niet meer af.
Laat het leven iedereen wat geven
al is het maar een vluchtige kus van de herfst.