In de krant stond een bericht
over een lezing over de eekhoorn.
Om mijn kennis over dit knaagdier uit te breiden
besloot ik
deze lezing bij te wonen.
In de kleine ruimte
met veel stoelen en geen ramen,
nam ik plaats op de achterste rij,
om meteen naar de deur te kunnen rennen
als er iemand een echte eekhoorn meegenomen zou hebben.
Voor me namen mensen kwamen mensen langs
die ik inderdaad wel
in bomen zag zitten.
knabbelend op nootjes.
De man achter de diaprojector
begon zijn lezing
over de rode eekhoorn,
die in ons land leeft.
Ik kuchte.
Ja?
zei de man.
Pardon
zei ik
maar is het waar dat er jaarlijks
tientallen mensen worden aangevallen door eekhoorns?
De mensen voor mij
draaiden zich met een ruk om.
Nee
zei de man met de diaprojector,
ietwat uit het veld geslagen.
Dat is niet waar.
Oh
zei ik
dan is het zeker ook niet waar dat
eekhoorns gevaarlijke ziektes met zich mee dragen?
De zaal staarde me aan.
Ik vind eekhoorns verschrikkelijk slechte acteurs,
ging ik verder
Altijd maar zo leuk doen met die staartjes
en die kraaloogjes,
maar als we ergens
een kernbom dreiging van moeten verwachten,
is het wel van die rot beesten.
De man van de dia’s was rood aangelopen
en kon elk moment een eikenboom inschieten,
ware het niet dat er geen eikenbomen stonden in het muffige lokaal.
Eruit!
schreeuwde de man
Je verpest mijn hele lezing!
Ik stond op en zocht naar iets waarmee ik mezelf
kon verdedigen.
Links van mij stond een bakje met hazelnootjes.
Ik pakte het bakje en smeet het richting de diaprojector.
Dat had het gewenst effect.
Het ding kwam met een razend gedonder naar beneden
en landde op de eekhoorn man.
Het publiek stoof in paniek alle kanten op
en ik stoof naar de deur.
Sindsdien ga ik alle eekhoorn lezingen in Nederland af,
in de hoop dat dit soort wangedrag
snel ten einde komt.